Het Verdronken Land van Saeftinghe is
een getijdengebied aan de uiterste oostkant van Zeeuws-Vlaanderen op
de grens met België enkele kilometers stroomafwaarts van Antwerpen in
het estuarium van de Schelde. Het gebied heeft een oppervlakte van
3484 hectare dat grenst aan het water van de Westerschelde. Ongeveer
70% van dat oppervlak is begroeid met schorplanten. De rest bestaat
uit zandplaten, slikken en geulenstelsels.
Saeftinghe is een Zeeuws natuurmonument van grote klasse en tegelijk
ook een soort van open lucht tentoonstelling: nergens anders meer in
West-Europa is op zo'n grote schaal te zien en te ervaren hoe het
Deltagebied is ontstaan en is geboetseerd uit de elementen schor, slik
en zand. Ieder tij overspoelt het brakke water een groot deel van het
gebied. De flora is hieraan geheel aangepast en uniek. Voor duizenden
vogels is Saeftinghe een gebied van internationaal belang. Niet alleen
als broedgebied, maar ook als overwinterings- en rustgebied.
Het Verdronken Land van Saeftinghe
bestaat voor 30% uit zandplaten, slikken en geulenstelsels. De rest
van het oppervlak is begroeid met schorvegetatie.
In het verleden zijn in het gebied enkele dammen opgeworpen. De
Rijksdam werd aangelegd om het aanslibben te bevorderen in een tijd
dat in Nederland landaanwinning nog een hoge prioriteit had. De Dam
naar de Noord verbindt enkele stellen met de dijk. Stellen zijn door
schaapherders opgeworpen heuvels waarop men zich bij al te hoog water
kon terugtrekken. Beide dammen zijn nog steeds goed herkenbaar en
worden gebruikt als wandelpad. De Gasdam, de meest recent aangelegde
dam, is in feite een moderne leidingenstraat. Deze dam ligt in het
zuidoosten van het gebied.
Drie grote, op het noordwesten
gerichte geulen doorsnijden het schorgebied: Speelmansgat, IJskelder
en Hondegat. Deze hoofgeulen hebben tal van zijtakken die het
schorgebied als het ware opdelen. Veel van die zijgeulen en
afzonderlijke schorgebiedjes hebben in de loop van de tijd een eigen
naam gekregen. Zo herinnert de IJskelder aan de formidabele ijsgang in
die geul gedurende de winter van 1954, en de Marlemontseplaat is
genoemd naar een poldertje dat in de loop van de geschiedenis
verdronken is. Maar waar de al meer dan 130 jaar oude naam
Konijnenschor vandaan komt? Konijnen komen op dit eiland tegen de
vaargeul niet voor!
|